Loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het mbo

Sandra van Beek

Een onderzoek naar het vak Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op het Drenthe College te Assen.

Afstuderen. Voor mij het laatste onderdeel van de opleiding Toegepaste Psychologie. Dat waar door de meeste studenten vanaf het eerst jaar met grote vrezen naartoe wordt gewerkt. In mijn geval een onderzoek naar het vak Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op het Drenthe College (DC), een mbo en opleidingscentrum. Het vak Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) heeft als thema het ondersteunen van leerlingen bij het ontdekken wie ze zijn, wat hun talenten en motieven zijn en het verkennen van loopbaanmogelijkheden. Het uiteindelijke doel is dat leerlingen beschikken over vijf loopbaancompetenties om op die manier goed gefundeerde loopbaankeuzes te kunnen maken. De vijf loopbaancompetenties die onderscheiden worden zijn: kwaliteitenreflectie, motievenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken. Dat klonk in mijn oren redelijk idealistisch, en ik al gauw riep dit bij mij de vraag op: kunnen we van leerlingen in deze leeftijdsfase vragen te reflecteren op en sturing te geven aan hun loopbaan of zou dat hetzelfde zijn als een baby te willen leren tellen of een kleuter te willen leren lezen?

 

Deze vraag zou pas veel later in het proces een plekje krijgen. Voor dit onderzoek onderzocht ik namelijk wat de visie is van de docenten die het vak geven (LOB’ers) op het vak en op hun rol. Ook onderzocht ik in welke mate de leerlingen de loopbaancompetenties ontwikkeld hebben, in welke mate er een loopbaandialoog gevoerd wordt en welke onderdelen van het vak leerlingen waardevol vinden. Kortom, een uitgebreid onderzoek naar het vak LOB.

 

Conclusies

De leerlingen werd gevraagd een enquête in te vullen. Dit ging niet altijd van harte, maar daar later meer over. Met de LOB’ers hield ik een interview, waarin iedere LOB’er zijn of haar eigen visie mocht uiten. Hele interessante visies kwamen naar voren en wat ik zelf erg mooi vond om te zien was de passie waarmee de docenten dit vak uitoefenden. Hoewel er nog veel niet duidelijk is rond het vak zijn de meeste LOB’ers van mening dat het hun rol is om de leerlingen te zien en te horen, hen helpen ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Leerlingen moeten daarvoor eerst leren dat ze een keuze hebben en dat de keuze die ze maken consequenties heeft, zoals de meeste LOB’ers aangaven. Uit de enquête bleek dat leerlingen van hun LOB’ers het gevoel kregen dat ze iets kunnen, ook voelden ze zich gestimuleerd om dingen zelf te onderzoeken. Misschien wel de meeste invloedrijke component in het hele vak LOB bleek aanwezig te zijn, er was namelijk een goede basis van wederzijds vertrouwen.

 

Loopbaandialoog

Vanuit deze belangrijke basis kan verder gebouwd worden want uit de enquête kwam ook naar voren dat de gesprekken die met leerlingen gevoerd werden nog weinig loopbaangericht waren. Als meest besproken onderwerp kwamen de studieresultaten naar voren. Natuurlijk belangrijk, maar vooral belangrijk voor dat moment dat de leerling daar op school zit. LOB gaat alleen verder dan de studie tijd, het gaat over het aanleren van competenties waar de leerling de rest van zijn of haar leven iets aan kan hebben. Vanuit de literatuur bleek de dialoog over de loopbaan die LOB’ers met leerlingen voeren het meest bij te dragen aan de ontwikkeling van deze competenties. Wat houdt zo’n dialoog in? Een dialoog kan alleen gevoerd worden vanuit het idee dat de ander deskundig is over zichzelf en vanuit een houding van bescheidenheid en respect. Advies en informatie geven zorgt ervoor dat de hersens van de leerling op ‘uit’ gaan. Martine Delfos stelt dat adolescenten al over veel kennis en ervaring beschikken die alleen nog wel bewust gemaakt moet worden zodat de adolescent vanuit deze kennis kan functioneren. Deze bewustwording kan tot stand komen door het voeren van reflectiegesprekken. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is om te reflecteren op ervaringen die voor de leerling belangrijk is. Dus bijvoorbeeld iets wat hij of zij heeft meegemaakt op stage; wat vond de leerling daarvan? Wat maakt dat hij of zij er zo over denkt? En dan vanuit deze ervaring kijken: ‘Oké, hoe kun je wat je uit deze situatie hebt geleerd meenemen wanneer je in de toekomst in eenzelfde situatie terecht komt?’ Zo doorloop je de cyclus van een reflectiegesprek.

Weerstand

Ik zou nog even terugkomen op het invullen van de enquêtes. Wat me namelijk opviel was dat het vak LOB in zijn algemeenheid weerstand opriep bij leerlingen. Ze begonnen te zuchten en hun ongenoegen over het vak te uiten. Weerstand is vaak een goede informatiebron en ik vroeg me af wat maakt dat LOB zo’n weerstand oproept bij de leerlingen? Eigenlijk kwam ik opnieuw bij de vraag die ik eerder stelde: ‘kunnen we van leerlingen in deze leeftijdsfase verwachten te reflecteren op of sturing te geven aan hun loopbaan?’ Of vragen we daarmee te veel van hen, wat logischerwijs weerstand oproept. Voor mijn eindpresentatie nam ik dit vraagstuk onder de loep.

 

Twee denksystemen

In die zoektocht stuitte ik op twee theorieën die ik verder uitgediept heb. De eerste is de theorie over de denksystemen van Daniel Kahneman. Systeem 1 is als het ware het ‘oude brein’. Hier zitten onze voorkeuren, beelden en ervaringen. Dit systeem werkt automatisch en het kost dan ook geen moeite dit te gebruiken. Systeem 2 is als het ware het ‘nieuwe brein’. Systeem 1 voorziet systeem 2 van informatie. Systeem 2 beoordeeld of de informatie klopt of dat het informatie is die bijvoorbeeld gebaseerd is op vooroordeel of dat we er verkeerde betekenissen aan gegeven hebben. Systeem 2 heb je nodig om te reflecteren en bewuste keuzes te maken. Maar het inzetten van systeem 2 kost moeite. Jongeren zijn daarbij dubbel in het nadeel, ten eerste omdat systeem 1 in verhouding met volwassenen nog weinig gevuld is met ervaringen en beelden. En ten tweede omdat systeem 2 nog volop in ontwikkeling is en deze twee systemen nog niet goed met elkaar samenwerken. Begeleiding is daarom meestal essentieel om dit proces van reflectie en keuzes maken op gang te brengen.

 

Bewustzijnsstadia

De tweede is de theorie over de bewustzijnsstadia van Robert Kegan. Kegan stelt dat er vijf bewustzijnsstadia zijn:

Stadium 1: een rechtstreekse relatie tussen de prikkel en reactie. Het kind is zijn honger of verdriet;

Stadium 2: vooral gericht op de eigen interesses en behoeften;

Stadium 3: In dit stadium ontstaat de mogelijkheid om abstract en hypothetisch te denken. De persoon leert zich te verplaatsen in anderen. Deze nieuwe vaardigheid overheerst zo sterk dat de persoon naar zichzelf en de wereld kijkt door de ogen van belangrijke anderen.

Stadium 4: In dit stadium kan de persoon uit eigen of andermans denkkader stappen. De persoon is in dit stadium autonoom, niet gebonden aan regels en conventies. Ziet zichzelf (ook) ‘door de eigen ogen’. Kan grenzen stellen. Vindt de eigen (leer)loopbaan uit op basis van een eigen visie. Gaat uitdagingen aan om zich te ontwikkelen.

Stadium 5: waar stadium 4 gaat over wie we zijn en wat ons beweegt, gaat vijf over ons vermogen problemen te zien vanuit ons eigen perspectief. Wie wij zijn en wat ons beweegt wordt nu object.

 

Onderzoek naar deze theorie onder studenten in het hoger onderwijs in de Verenigde Staten laat zien dat studenten in de eerste jaren van het hoger onderwijs voornamelijk in stadium 2 zitten. Stadium 4 komt nauwelijks voor in het hoger onderwijs en stadium 3 is het modale niveau voor volwassenen. Maar 21% van de totale bevolking bereikt stadium 4. Dit is interessant omdat stadium 4 vereist is om de loopbaancompetenties volledig in te kunnen zetten. Verwachten dat leerlingen over de vijf loopbaancompetenties is dus zeker te veel gevraagd. Eén van de LOB’ers verwoorden dan ook een mooie nuance: ‘Je poot zaadjes en je hoopt dat die in de loop van de tijd gaan uitkomen.’

 

Diploma

Het onderzoek leverde mooie conclusies en adviezen en het DC heeft aangegeven ermee aan de slag te willen gaan. Daarmee mocht ik mijn opleiding afronden en het diploma in ontvangst nemen. Nu maar eens kijken hoe het eigenlijk met mijn eigen loopbaancompetenties staat …

 

Sandra van Beek

Oktober 2017

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *